libguide_test

Inleiding

Deze LibGuide Informatievaardigheden Niveau B is gemaakt voor gevorderde eerstejaars of tweedejaars studenten van de Vrije Universiteit en bouwt voort op de cursus Informatievaardigheden Niveau A. De webcursus is modulair opgebouwd en kan zonder begeleiding worden doorlopen.

Een aantal catalogi en andere informatiebestanden wordt toegelicht aan de hand van schermafbeeldingen en instructiefilmpjes. Belangrijk is dat je inzicht krijgt in de kenmerken van wetenschappelijke informatiebronnen. De vaardigheden die je in deze cursus aanleert zijn van belang voor opdrachten die je tijdens je studie kunt krijgen.

Deze webcursus is vrij toegankelijk op het internet. Sommige bronnen en bestanden die in deze cursus genoemd worden, zijn beperkt toegankelijk. Voor deze bronnen zul je werkend vanaf een plek buiten de campus een login scherm krijgen. Zie ook VUnetID.

De webcursus is gemaakt door informatiespecialisten van de Universiteitsbibliotheek van de Vrije Universiteit (UBVU). Heb je vragen, loop dan gerust naar een bibliotheekmedewerker of klik op ‘Contact’ in de Contact box.

Veel succes!

Contact

Vragen en opmerkingen over deze Libguide verzend je via dit formulier:

Introductie

Inleiding

Doel
Om de juiste literatuur te vinden is het belangrijk dat je weet WAT je wilt zoeken en WAAR je de literatuur moet zoeken. Zo kun je gericht zoeken en dat bespaart tijd. Door middel van een 5-stappenplan weet je aan het eind van deze module:
– hoe je je onderwerp kunt bepalen
– hoe je een probleemstelling formuleert
– wat sleutelbegrippen in een probleemstelling zijn
– hoe je gerelateerde termen van sleutelbegrippen vindt
– welke bronnen bij je probleemstelling horen.

Tijdsduur
Deze module duurt ca. 15 minuten.

Voorkennis
Voor deze module is geen specifieke voorkennis vereist.

Misschien heb je zelf al een onderwerp bedacht of heeft een docent een onderwerp aangereikt, maar als je nog geen onderwerp hebt gevonden kun je op verschillende manieren ideeën opdoen. Je kunt:

  • een handboek op je vakgebied naslaan
  • vakbladen doorkijken
  • in kranten zoeken naar actuele onderwerpen
  • globaal zoeken, ook wel de quick and dirty methode genoemd, in elektronische bestanden of op het internet.

Aan de hand van een onderwerp kun je vervolgens een probleemstelling bedenken.

Voordat je begint met zoeken naar literatuur is het belangrijk om jezelf de vraag te stellen: wat wil ik precies weten? Een goede probleemstelling scheelt veel werk achteraf, doordat je gericht gaat zoeken naar literatuur.
Je wilt bijvoorbeeld weten hoe belangrijk het geld is dat migranten naar hun thuisland sturen voor de economie van dat land. Dit is een vrij breed onderwerp.

  • Welke migranten bedoel je: Cubanen, Marokkanen, Chinezen?
  • Over welk thuisland heb je het: Nederland, Gambia, VS of Marokko?
  • Over welke tijd gaat het: de jaren zeventig of 2015?
  • etc.

Een goede probleemstelling geeft daarom antwoord op vragen als wie, wat, waar, wanneer, hoe en waartoe.

Bijvoorbeeld:

VraagAntwoord
Wie?Marokkaanse migranten
Wat?Gevolgen van het sturen van geld naar de familie voor de werkgelegenheid
Waar?Marokko
Wanneer?Jaren zeventig
Waartoe dient het werkstuk?Om na te gaan hoe belangrijk het geld was dat Marokkaanse migranten naar familie overmaakten voor de werkgelegenheid in Marokko.


De probleemstelling is na het beantwoorden van deze vragen specifieker geworden:

Hoe belangrijk was het geld dat Marokkaanse migranten in de jaren zeventig naar hun familie overmaakten voor de werkgelegenheid in Marokko?

Aan de hand van de probleemstelling kun je de sleutelbegrippen formuleren.

Video

Waar vind ik literatuur op mijn vakgebied?

Doel
Om de juiste literatuur te vinden is het belangrijk dat je weet WAT je wilt zoeken en WAAR je de literatuur moet zoeken. Zo kun je gericht zoeken en dat bespaart tijd. Door middel van een 5-stappenplan weet je aan het eind van deze module:
– hoe je je onderwerp kunt bepalen
– hoe je een probleemstelling formuleert
– wat sleutelbegrippen in een probleemstelling zijn
– hoe je gerelateerde termen van sleutelbegrippen vindt
– welke bronnen bij je probleemstelling horen.

Tijdsduur
Deze module duurt ca. 15 minuten.

Voorkennis
Voor deze module is geen specifieke voorkennis vereist.

Afhankelijk van de soort informatie die je zoekt, moet je onderscheid maken tussen catalogi en bibliografische bestanden.

Catalogi
Een bibliotheekcatalogus geeft het bezit van een bibliotheek weer: (elektronische) boeken, CD’s, DVD’s en (elektronische) tijdschriften. Veel bibliotheken hebben nog een zelfstandige catalogus. De UBVU daarentegen maakt gebruik van LibSearch, een wereldwijd zoeksysteem waarin het VU bezit is opgenomen.

Bibliografische bestanden
Bibliografische bestanden geven een overzicht van publicaties op een bepaald vakgebied, onderwerp of van een bepaalde auteur (boeken, hoofdstukken in een boek, tijdschriftartikelen, recensies e.d.), ongeacht waar deze publicaties zich bevinden.
Gebruik bibliografische bestanden om een overzicht te maken van:

  • de publicaties van één auteur
  • de publicaties verschenen over een bepaald onderwerp.

Het voordeel van het zoeken in een bibliografisch bestand is dus dat je specifieker en vollediger op een bepaald onderwerp kunt zoeken. Het nadeel is dat je deze publicaties niet allemaal (gemakkelijk) in handen kunt krijgen.

Veel bibliografische bestanden specialiseren zich op een (onderdeel van een) bepaald wetenschapsgebied, andere bibliografische bestanden bestrijken alle of meerdere wetenschapsgebieden. Een bibliografisch bestand dat vrijwel alle wetenschapsgebieden bestrijkt is Web of Science. In deze cursus wordt daarom ingegaan op Web of Science. Per vakgebied zullen – indien van toepassing – de relevante vakspecifieke bestanden worden toegelicht.

Voordat je begint met zoeken naar literatuur is het belangrijk om jezelf de vraag te stellen: wat wil ik precies weten? Een goede probleemstelling scheelt veel werk achteraf, doordat je gericht gaat zoeken naar literatuur.
Je wilt bijvoorbeeld weten hoe belangrijk het geld is dat migranten naar hun thuisland sturen voor de economie van dat land. Dit is een vrij breed onderwerp.

  • Welke migranten bedoel je: Cubanen, Marokkanen, Chinezen?
  • Over welk thuisland heb je het: Nederland, Gambia, VS of Marokko?
  • Over welke tijd gaat het: de jaren zeventig of 2015?
  • etc.

Een goede probleemstelling geeft daarom antwoord op vragen als wie, wat, waar, wanneer, hoe en waartoe.

Bijvoorbeeld:

VraagAntwoord
Wie?Marokkaanse migranten
Wat?Gevolgen van het sturen van geld naar de familie voor de werkgelegenheid
Waar?Marokko
Wanneer?Jaren zeventig
Waartoe dient het werkstuk?Om na te gaan hoe belangrijk het geld was dat Marokkaanse migranten naar familie overmaakten voor de werkgelegenheid in Marokko.


De probleemstelling is na het beantwoorden van deze vragen specifieker geworden:

Hoe belangrijk was het geld dat Marokkaanse migranten in de jaren zeventig naar hun familie overmaakten voor de werkgelegenheid in Marokko?

Aan de hand van de probleemstelling kun je de sleutelbegrippen formuleren.

Tips

Dit is een tip

Begrippenlijst

  • a
  • b
  • v
  • w
  • z